Weg met de voedselcrisis, investeer in kleinschalige landbouw

25 juni 2008

Zo af en toe komen er berichten in de media voorbij over de voedselcrisis. De komende tijd zal het wel wat regelmatiger worden, het is immers komkommertijd (hoe toepasselijk). En dan moeten de kolommen gevuld worden met informatie die geen onderdeel uitmaakt van de zoveelste nieuwshype.
De voedselcrisis is, net als alle andere keren dat er sprake was van honger, vooral een stille crisis. Wat de crisis écht met de mensen doet dat lees je namelijk niet. De verhalen in de krant zijn die van de grote getallen en abstracte gegevens. Daardoor blijft het een ramp die -letterlijk- (te) ver van ons bed is. Dat is onverteerbaar omdat honger de aanstichter is van veel leed. Er zijn inmiddels 1 miljard armen en hongerigen. Dat leidt –en dat kun je wél vrijwel dagelijks in de krant lezen – tot conflicten. Bovendien is het obsceen te bedenken dat ongeveer 1 miljard mensen ziek worden van overconsumptie en dat eenzelfde aantal chronisch honger lijdt en daardoor niet mee kan doen in en aan de samenleving.
Juist omdat het zo abstract is, denken veel mensen dat ze er niets aan kunnen doen. Dat is jammer. Want het zijn niet alleen de grote organisaties die het verschil kunnen maken. Ook als individu met een kleine bijdrage kun je aandeel hebben in de oplossing. In veel verklaringen voor de crisis, ligt een deel van de oplossing besloten. Minder vlees eten bijvoorbeeld. Want voor één kilo vlees is 8 kilo granen nodig. Geen biobrandstoffen gebruiken is er nog zo’n één. Het is pervers dat 1 volle tank van zo’n brandstofslurpende terreinwagen gelijk staat aan het voedsel dat één persoon per jaar nodig heeft.
Heel zinvol en concreet is het ook om kleine boeren te steunen. Tijdens de Afrikadag dit jaar benadrukte Hans Eenhoorn, oud-Unilever man en onder andere lid van de millennium taskforce on hunger van de UN, dat de oplossing van het hongervraagstuk ook, of misschien wel juist, in kleinschalige landbouw ligt. Mits betere produktiemethoden gebruikt worden waardoor landbouwgrond niet meer uitgeput raakt, er goede zaden gebruikt worden en er verantwoord met water omgegaan wordt. Ingewikkeld? Welnee! In Zuid-Afrika bestaan verschillende initiatieven van kleinschalige landbouw. In Khayelitsha bijvoorbeeld, een van Zuid-Afrika’s grootste townships. Daar helpt Rob Small samen met z’n mensen de inwoners om volkstuinen aan te leggen en te onderhouden. Grote en kleinere. Van de kleinere kan één persoon haar (meestal zijn het vrouwen die zo’n volkstuin aanleggen en onderhouden) gezin te eten geven. En als de oogst goed is, kan ze door verkoop van verbouwde produkten haar gezin ook op andere manieren onderhouden en haar kinderen naar school sturen – zodat ze een uitweg hebben uit de armoede. Er zijn ook grotere volkstuincomplexen: communitygardens. Sommige hebben zelfs verschillende ‘business-units’: één bestaande uit produktie voor eigen gebruik en één bestaande uit produktie voor de verkoop. Er worden plannen gemaakt om scholen van verse groente en fruit te voorzien, er worden zelfs plannen gemaakt om naai-ateliers te starten in het communitygebouw voor goedkope scholuniformen voor de schoolkinderen.
Behalve dat dit initiatief dus bijdraagt aan de oplossing voor de voedselcrisis en de ondernemerszin stimuleert, draagt het ook bij aan allerlei andere ontwikkelingen. Zo brengt Rob de mensen van de volkstuinen ook de finesses van bankzaken bij – heel belangrijk voor vooral vrouwen om economisch zelfstandig te kunnen zijn. En hij leert ze Engels, de taal van de ondernemers, zodat ze zich kunnen redden in zo’n omgeving. Het mes snijdt kortom aan heel veel kanten: de mensen hebben eten, inkomen en worden ‘ondernemerswijs’ gemaakt.
Als individu hier in het Westen kun je dus wel degelijk een verschil maken: investeer in kleine boeren, eet een beetje minder vlees en rij een beetje minder auto. Dat is duurzaam. En effectief.

built with Yourportfolio technology, www.yourportfolio.nl